04.01.2011 - Het belastingsysteem in Nederland zorgt soms voor hele rare effecten. In box 3 betalen we belasting over ons vermogen, de zogeheten vermogensrendementsheffing. Daar hoort natuurlijk ons spaargeld bij, net als onze beleggingen.
De belasting wordt echter niet geheven over het werkelijke rendement dat we ontvangen, maar over een fictief bepaald rendement. De fiscus gaat er gewoon vanuit dat we over ons vermogen een rendement van 4% behalen, ongeacht of je in werkelijkheid minder of meer ontvangt. Dat fictieve rendement wordt berekend over ons vermogen (boven de geldende vrijstelling). Tot en met 2010 over ons gemiddelde vermogen, vanaf 2011 over het vermogen op 1 januari. Het fictieve rendement dat op deze manier is berekend, wordt belast met 30% aan inkomstenbelasting. Per saldo betaal je over je vermogen dus 1,2% belasting.
Het vreemde effect waar we op doelen, is dat er soms vermogenselementen zijn die we formeel nog hebben, maar die we hoogstwaarschijnlijk nooit meer terugzien. Denk aan beleggingen in fondsen die frauduleus bleken te zijn, of spaargelden bij een bank die al failliet is verklaard. Officieel heb je nog recht op je geld, maar de kans dat je het ooit ook werkelijk terugkrijgt is minimaal.
Zo werkt het ook voor de mensen die een achtergesteld deposito hadden bij DSB Bank – of meer gewoon spaargeld dan de gegarandeerde € 100.000 per persoon. Het is nog niet definitief dat zij hun geld niet terugkrijgen, maar de kans is wel heel erg klein. Dat stellen de curatoren van de failliete DSB boedel tenminste. Staatssecretaris Frans Weekers van Financiën neemt dit gelukkig aan, en accepteert dat de waarde van de spaartegoeden op nul wordt gesteld. Niet alleen per 31 december 2010, maar ook per 1 januari 2010. De spaarders die gedupeerd zijn door het faillissement van DSB Bank hoeven dus geen vermogensrendementsheffing te gaan betalen, over spaargeld dat ze eigenlijk allang kwijt zijn.